U bevindt zich in: Panda Security > Home Users > security-info > Glossary

Verklarende woordenlijst  

Een uitleg van technische termen die verband houden met computervirussen en antivirusoplossingen

A

ActiveX: Deze technologie wordt onder meer gebruikt voor het verbeteren van de functionaliteit van internetpagina's (door animaties, video, 3D-beelden enzovoort toe te voegen). ActiveX-controls zijn kleine programma's die in deze pagina's worden ingevoegd. En aangezien het programma's zijn, kunnen ze helaas het doelwit van virussen worden.

Adresboek: Een bestand met de extensie WAB. Deze bestanden worden gebruikt voor het opslaan van informatie van andere gebruikers, zoals e-mailadressen.

ADSL: Deze technologie maakt het mogelijk om gegevens te verzenden via een internetverbinding met hoge snelheid. Hiervoor is een speciale ADSL-modem vereist.

Adware: Dit zijn programma's die advertenties weergeven. Hiervoor maken ze gebruik van elke mogelijke methode: pop-upsbanners, het wijzigingen van de homepage of standaard zoekpagina van een browser enzovoort. Adware kan worden geïnstalleerd met toestemming en medeweten van de gebruiker, maar in sommige gevallen is daar geen sprake van.

Algemene naam: De naam waaronder een virus algemeen bekend staat.

Algoritme: Een proces of een verzameling van regels voor het uitvoeren van berekeningen of oplossen van problemen.

Alias: Hoewel elk virus een specifieke naam heeft, staan virussen vaak bekend onder een bijnaam die een bepaalde functie of kenmerk van het virus beschrijft. Deze bijnaam wordt het alias van het virus genoemd. Het virus CIH staat bijvoorbeeld bekend onder de alias Chernobyl.

ANSI (American National Standards Institute): Een vrijwilligersorganisatie die standaarden definieert, voornamelijk op het gebied van programmeren.

Anti-Debug / Anti-debugger: Dit zijn technieken die door virussen worden gebruikt om detectie te voorkomen.

Antivirus / Antivirusprogramma: Dit zijn programma's die het geheugen, de harde schijven en andere onderdelen van een computer scannen op virussen.

API (Application Program Interface): Dit is een functie die door programma's wordt gebruikt voor de interactie met het besturingssysteem en andere programma's.

Armouring: Dit is een techniek die door virussen wordt gebruikt om zich te verbergen en detectie door antivirusprogramma's te voorkomen.

ASCII: Een afkorting van American Standard Code for Information Interchange, een standaard op basis waarvan tekens (letters, getallen, interpunctie enzovoort) door getallen worden vertegenwoordigd.

ASP (Active Server Page): Internetpagina's van dit type maken het mogelijk om een website te personaliseren op basis van een gebruikersprofiel. Dit acroniem kan tevens verwijzen naar een Application Service Provider.

Attributen: Dit zijn specifieke kenmerken van een bestand of map.

Automatische encryptie: De manier waarop een virus een deel van zichzelf (of zichzelf geheel) omprogrammeert (versleutelt), zodat het moeilijker is om het te analyseren en detecteren.

Automatische handtekening: Dit is normaliter een korte tekst met informatie zoals een naam, adres en een telefoonnummer die automatisch aan nieuwe e-mailberichten wordt toegevoegd.
[Naar boven]
B

Backdoor: Dit is een programma dat een computer binnendringt en een 'achterdeurtje' openzet. Hierdoor kan de computer zonder medeweten van de gebruiker worden gebruikt.

Banker Trojan: Een kwaadaardig programma dat verschillende technieken gebruikt voor het stelen van aanmeldingsgegevens voor toepassingen en websites voor internetbankieren.

Banner: Een advertentie die op een internetpagina wordt weergegeven en een product of dienst aanprijst dat al dan niet is gerelateerd aan de website waarop deze wordt weergegeven. De banner leidt gebruikers die erop klikken rechtstreeks door naar de website van de adverteerder.

Batchbestanden / BAT-bestanden: Bestanden met de extensie BAT bieden de mogelijkheid om activiteiten te automatiseren.

Beheerder: Een persoon of programma die/dat verantwoordelijk is voor het beheer en de bewaking van een ICT-systeem of netwerk, het toewijzen van rechten enzovoort.

Beheerdersrechten: Deze rechten stellen een gebruiker in staat om acties of bewerkingen uit te voeren op computers die met een netwerk zijn verbonden.

BBS (Bulletin Board System): Een internetsysteem of -dienst dat/die abonnees in staat stelt om berichten te posten en berichten van andere gebruikers te lezen of daarop te reageren (bijvoorbeeld in een forum of nieuwsgroep).

BHO (Browser Helper Object): Een plug-in die automatisch met de browser wordt uitgevoerd en de functionaliteit daarvan uitbreidt. Sommige plug-ins worden voor kwaadwillende doeleinden gebruikt, zoals het bewaken van de websites die door een gebruiker worden bezocht.

BIOS (Basic Input / Output System): Een groep van programma's die er samen voor zorgen dat de computer kan opstarten (onderdeel van het boot-systeem).

Bit: Dit is de kleinste digitale informatie-eenheid waarmee computers kunnen werken.

Boot / Master Boot Record (MBR): Ook bekend als de bootsector of opstartsector . Dit is het gebied (de sector) van een schijf dat informatie bevat over de schijf zelf en zijn eigenschappen voor het opstarten van de computer.

Boot disk / systeemschijf: Een schijf (diskette, cd of harde schijf) die het mogelijk maakt om de computer op te starten.

Bootvirus: Een virus dat specifiek is gericht op de bootsector van harde schijven en diskettes.

Bot: Een samentrekking van het woord ‘robot’. Dit is een programma waarmee een computer op afstand kan worden bediend, zonder toestemming of medeweten van de gebruiker.

Bot herder: Een persoon of groep van personen die een botnet bedient. Ook wel ‘bot master’ of ‘zombie master’ genoemd.

Botnet: Een netwerk of groep van zombies dat/die door de eigenaar van de bots wordt bediend. De eigenaar van de botnets verzendt instructies naar de zombies, bijvoorbeeld voor het updaten van de bot, het downloaden van nieuwe bedreigingen, het weergeven van advertenties of het uitvoeren van denial of service-aanvallen.

Browser: Een browser is een programma waarmee gebruikers internetpagina's kunnen bekijken. De meest gebruikte browsers zijn Internet Explorer, Google Chrome, Mozilla Firefox en Opera.

Buffer: Dit is een intermediaire geheugenruimte die wordt gebruikt om tijdelijk informatie op te slaan die door twee eenheden of apparaten (of tussen onderdelen binnen hetzelfde systeem) wordt uitgewisseld.

Bug: Dit is een fout in een programma.

Bus: Een communicatiekanaal tussen verschillende onderdelen van een computer (voor het doorgeven van gegevenssignalen, adressen, bedieningssignalen enzovoort).

Byte: Dit is een meeteenheid voor digitale informatie. Eén byte komt overeen met 8 bits.
[Naar boven]
C

Cache: Dit is een klein gedeelte van het geheugen van een computer.

Categorie / type (virus): Aangezien er virussen in alle soorten en maten in omloop zijn, worden ze op basis van hun specifieke kenmerken ingedeeld in categorieën.

Cavity: Een techniek die door sommige virussen en wormen wordt gebruikt om ze moeilijker vindbaar te maken. Door deze techniek verandert de omvang van een geïnfecteerd bestand niet (de virussen vullen alleen cavities [leegtes] in het bestand op).

Chat / Chat IRC / Chat ICQ: Dit zijn tekstberichten die worden gebruikt om in real time via internet te communiceren.

Client: Een computer die bepaalde services en bronnen opvraagt van een andere computer (server) binnen het netwerk waarmee deze is verbonden.

Cluster: Verschillende achtereenvolgende sectoren van een schijf.

CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor): Dit is een gedeelte van het computergeheugen waarin de informatie en programma's worden opgeslagen die nodig zijn om de computer op te starten (BIOS).

Code: De inhoud van virusbestanden -viruscode, geschreven in een bepaalde programmeertaal. Kan ook verwijzen naar systemen die naar informatie verwijzen of informatie versleutelen. In de meest strikte zin kan code worden gedefinieerd als een verzameling van regels of een combinatie van symbolen die een bepaalde waarde hebben binnen een gevestigd systeem.

Algemene naam: De naam waaronder een virus algemeen bekend staat.

Companion / companion virus / spawning: Dit is een type  virus dat zichzelf niet in programma's invoegt, maar zichzelf daaraan bevestigt.

Compressie / comprimeren/ decomprimeren / gedecomprimeerd: Bestanden of groepen bestanden worden binnen een ander bestand gecomprimeerd zodat ze ruimte in beslag nemen.

Cookie: Dit is een tekstbestand dat naar de computer van een bezoeker van een website wordt verzonden om dit bezoek te registeren en op een later tijdstip bepaalde informatie over het bezoek op te vragen.

Cracker: Iemand die probeert om in te breken in (afgeschermde) computersystemen.

CRC (CRC-nummer of -code): Een unieke numerieke code die aan bestanden wordt toegevoegd en fungeert als het identificatienummer (de ID) van de bestanden.

Crimeware: Alle programma's, berichten en documenten die direct of indirect worden gebruikt om op frauduleuze wijze financieel voordeel te behalen, ten nadele van de geïnfecteerde gebruiker of derden.

CVP - Content Vectoring Protocol: Een protocol dat in 1996 werd ontwikkeld door Check Point en het mogelijk maakt om antivirusbeveiliging in een firewall-server te integreren.

Cilinder: Een gedeelte van een schijf dat in één bewerking kan worden gelezen.
[Naar boven]
D


Database: Een verzameling van gegevensbestanden en de programma's die worden gebruikt om ze in te delen en te beheren. Voorbeelden van datasystemen zijn Access, Oracle, SQL, Paradox en dBase.

DDoS / Distributed Denial of Service: Dit is een Denial of Service (DoS)-aanval waarbij meerdere computers één server tegelijk aanvallen. Deze groep van computers wordt eerst geïnfecteerd zodat de aanvaller ze op afstand kan bedienen om de DoS-aanval op de server uit te voeren.

Debugger: Een tool voor het uitlezen van de broncode van programma's.

Verwijderde items: Een map in een e-mailprogramma die verwijderde berichten bevat. Deze berichten zijn niet volledig van de computer gewist. Na het verwijderen van een bericht met een virus is het raadzaam om het bericht ook uit deze map te verwijderen.

Detectie bijgewerkt op: De laatste datum waarop de detectie van malware is bijgewerkt in het virussignatuurbestand.

Dialer: Dit is een programma dat gebruikt wordt om de inbelverbinding naar de provider te wijzigen. Het lokale nummer van de provider wordt hierbij gewijzigd in een duur betaalnummer (06-nummer). Een van de eerste tekenen van een dialer is een exorbitant hoge telefoonrekening.

Direct action: Dit is een specifiek type virus.

Directory / map: Scheidingen of gedeeltes die worden gebruikt om informatie op een schijf in te delen en te organiseren. De termen directory en map verwijzen in feite naar hetzelfde fenomeen. Ze kunnen zowel bestanden als andere deelmappen of subdirectory's bevatten.

Desinfectie: De actie die een antivirus uitvoert wanneer het een virus detecteert en onschadelijk maakt.

Distributieniveau: Dit is een waarde die de mate aangeeft waarin een virus zich heeft verspreid of de snelheid waarmee het zich verspreidt. Het is een van de waarden die wordt gebruikt om het bedreigingsniveau te berekenen.

DNS (Domain Name System): Een systeem dat wordt gebruikt om computers binnen een netwerk of via internet met elkaar te laten communiceren. Dit systeem maakt het mogelijk om computers te lokaliseren en begrijpelijke namen aan hun IP-adressen toe te wijzen.

DNS-servers zijn computers die deze namen verwerken en aan de overeenkomstige IP-adressen toewijzen.


DoS / Denial of Service: Dit is een type aanval dat in sommige gevallen door virussen wordt veroorzaakt en gebruikers de toegang tot bepaalde diensten ontzegt (zoals in het besturingssysteem, webservers enzovoort).

Downloaden: Dit is het proces waarbij bestanden via internet worden verkregen (via websites of  FTP-servers die speciaal voor dat doel zijn ingericht).

Driver / controller: Een programma dat wordt gebruikt voor de bediening van apparaten die met een computer zijn verbonden (meestal randapparatuur zoals printers, cd-stations enzovoort).

Dropper: Dit is een uitvoerbaar bestand dat verschillende typen virussen bevat.

Dynamic Link Library (DLL): Een speciaal type bestand met de extensie DLL.
[Naar boven]
E

EICAR: European Institute of Computer Anti-Virus Research. Een organisatie die een test heeft ontwikkeld voor het beoordelen van de prestatie van antivirusprogramma's. Deze test wordt de EICAR-test genoemd.

ELF-bestanden - (Executable and Linking Format): Dit zijn uitvoerbare bestanden (programma's) die bij het besturingssysteem Unix/Linux behoren.

Emergency Disk / reddingsschijf: Een diskette waarmee een computer kan worden gescand zonder dat het antivirusprogramma op de computer hoeft te zijn geïnstalleerd. Hiertoe wordt gebruikgemaakt van wat wel een antivirusprogramma voor de opdrachtregel wordt genoemd.

Encryptie / zelfencryptie: Dit is een techniek die door sommige virussen wordt gebruikt om zichzelf te vermommen om detectie door antivirusoplossingen te voorkomen.

EPO (Entry Point Obscuring): Een techniek die wordt gebruikt voor het infecteren van programma's, waarbij een virus probeert om zijn ingangspunt te verbergen om detectie te voorkomen. In plaats van de controle over te nemen en zijn activiteiten direct uit te voeren wanneer het geïnfecteerde programma wordt uitgevoerd, laat het virus het programma een tijd lang op normale wijze functioneren alvorens het tot actie overgaat.

Uitzonderingen: Dit is een techniek die door antivirusprogramma's wordt gebruikt voor het detecteren van virussen.

Exploit: Dit kan gaan om een techniek of programma die/dat misbruik maakt van een kwetsbaarheid of beveiligingslek binnen een bepaald communicatieprotocol, besturingssysteem of een andere ICT-toepassing.

Extensie: Bestanden hebben een naam en extensie (ook wel bestandsuitgang genoemd) die van elkaar worden gescheiden door een punt: NAAM.EXTENSIE. Een bestand kan om het even welke NAAM hebben, maar de EXTENSIE (indien aanwezig) heeft maximaal drie tekens. Deze extensie duidt het bestandstype aan (tekst, Word-document, afbeelding, geluid, database, programma enzovoort).
[Naar boven]
F

Familie / groep: Sommige virussen hebben vergelijkbare namen en kenmerken. Deze virussen worden ingedeeld binnen families of groepen. Leden van deze families of groepen worden varianten van die familie of groep of het oorspronkelijke (als eerste verschenen) virus genoemd.

FAT (File Allocation Table): Dit is een gedeelte van een schijf die de structuur en indeling van de schijf definieert en 'adressen' bevat voor alle bestanden die op die schijf zijn opgeslagen.

Bestand / document: Een eenheid voor de opslag van gegevens (tekstbestanden, documenten, afbeeldingen, spreadsheets enzovoort) op een schijf of een ander opslagapparaat. Een bestand wordt aangeduid met een naam, gevolgd door een punt en zijn extensie (die het bestandstype aanduidt).

Firewall: Dit is een soort van verdedigingslinie die informatie binnen een computer of netwerk beschermt wanneer er sprake is van een verbinding met een ander netwerk, zoals internet.

FireWire: Een uiterst snel communicatiekanaal dat wordt gebruikt om computers en randapparatuur met andere computers te verbinden.

Voor het eerst verschenen op: De datum waarop een bepaald virus voor het eerst werd ontdekt.

Voor het eerst gedetecteerd op: De datum waarop een bepaalde vorm van malware voor het eerst in een virussignatuurbestand werd opgenomen.

Flooding: Programma's die herhaaldelijk een omvangrijk bericht of tekst naar een computer verzenden via berichtgevingssystemen zoals MSN Messenger. Ze doen dit om een computer vol te laten lopen, te overstelpen of uit te doen vallen.

Formatteren: Het definiëren van de structuur van een schijf, waarbij alle eerdere opgeslagen informatie wordt verwijderd.

Freeware:  Alle software die legaal en gratis wordt verspreid.

FTP (File Transfer Protocol): Een mechanisme dat de mogelijkheid biedt om bestanden over te dragen via een TCP/IP-verbinding.
[Naar boven]
G

Gateway: Een computer die communicatie tussen verschillende typen platforms, netwerken, computers of programma's mogelijk maakt.

GDI (Graphics Device Interface): Een systeem waarmee Windows informatie op het scherm kan weergeven of afdrukken.

Groupware: Een systeem dat gebruikers binnen een lokaal netwerk (LAN) in staat stelt om gebruik te maken van bronnen zoals gedeelde programma's en toegang biedt tot internet, intranet of andere gebieden, e-mail, firewalls en proxy-servers, enzovoort.
[Naar boven]
H

Hacker: Iemand die zich zonder toestemming toegang tot een computer verschaft.

Hackingtool: Een programma dat door een hacker kan worden gebruikt om activiteiten uit te voeren die problemen kunnen opleveren voor de gebruiker van de getroffen computer. Zo kan de hacker de controle over de computer overnemen, vertrouwelijke informatie stelen, communicatiepoorten scannen enzovoort.

Hardware: Een term die verwijst naar alle fysieke elementen binnen een ICT-systeem (beeldscherm, toetsenbord, muis, geheugen, harde schijven,  microprocessors enzovoort).

Header (van een bestand): Dit is het gedeelte van een bestand dat informatie bevat over het bestand zelf en de locatie waar het is opgeslagen.

Heuristische scan: Een techniek die wordt gebruikt om onbekende virussen te ontdekken.

Hijacker: Elk programma dat de browserinstellingen wijzigt om de homepage of zoekpagina van een browser te wijzigen.

Hoax: Dit is geen virus, maar een nepwaarschuwing over een virus dat in werkelijkheid niet bestaat.

Host: Elke computer die als informatiebron fungeert.

HTTP (Hyper Text Transfer Protocol): Dit is een communicatiesysteem dat het mogelijk maakt om internetpagina's te bekijken via een browser.
[Naar boven]
I

Identiteitsdiefstal: Het stelen van gebruikersinformatie zoals wachtwoorden, zodat onbevoegde personen zich voor hun slachtoffer kunnen uitgeven.

IFS (Installable File System): Een systeem dat wordt gebruikt om het ingaande/uitgaande gegevensverkeer tussen een groep van apparaten of bestanden te verzorgen.

IIS (Internet Information Server): Dit is een Microsoft-server (Internet Information Server) die ten doel heeft om internetpagina's en -portalen te publiceren en onderhouden.

IMAP (Internet Message Access Protocol): Dit is een systeem of protocol dat toegang biedt tot e-mailberichten.

In omloop: Een virus is in omloop als er ergens ter wereld gevallen van worden gedetecteerd.

In The Wild: Dit is een officiële maandelijkse lijst van gerapporteerde virussen die tot incidenten hebben geleid.

Inbox: Dit is een map in een e-mailprogramma die ontvangen berichten bevat.

Infectie: Het proces waarbij een virus een computer of bepaalde delen van daarvan (zoals bestanden) binnendringt.

Interface: Een systeem dat gebruikers in staat stelt tot interactie met de computer en de software die daarop is geïnstalleerd. Tegelijkertijd communiceert deze software via een interfacesysteem met de hardware van de computer.

Interrupt: Een signaal dat de activiteiten van de microprocessor tijdelijk stopzet.

Interruption vector: Dit is een techniek die door een computer wordt gebruikt om de interrupts naar de microprocessor te verwerken. De interruption vector geeft het geheugenadres aan waaraan de dienst moet worden geleverd.

IP (Internet Protocol) / TCP-IP: Een IP-adres is een code die een computer identificeert. Het TCP/IP-protocol is het systeem dat door internet wordt gebruikt om computers met elkaar te verbinden en adresconflicten te voorkomen.

IRC (Chat IRC): Dit zijn tekstgebaseerde gesprekken die via internet worden gevoerd. Hierbij kunnen ook bestanden worden uitgewisseld.

ISDN (Integrated Services Digital Network): Een type verbinding voor digitale gegevensoverdracht (data, afbeeldingen, geluid enzovoort).

ISP (Internet Service Provider): Een bedrijf dat toegang biedt tot internet en andere gerelateerde diensten.
[Naar boven]
J

Java: Dit is een programmeertaal die het mogelijk maakt om platformonafhankelijke programma's te ontwikkelen die op elk besturingsysteem en elke hardware kunnen draaien (multi-platformtaal).

Java-applets: Dit zijn kleine programma's die in internetpagina's kunnen worden opgenomen om de functionaliteit van de pagina te verbeteren of uit te breiden.

JavaScript: Een programmeertaal die verschillende kenmerken biedt (bijvoorbeeld variabele gegevens, afhankelijk van het tijdstip en de manier waarop iemand toegang zoekt, gebruikersinteractie, aangepaste functies enzovoort) voor internetpagina's in HTML-formaat.

Joke: Dit is geen virus, maar een truc die gebruikers wijsmaakt dat ze hun computer met een virus is besmet.
[Naar boven]
K

Kernel: Dit is de centrale module van een besturingssysteem.

Keylogger: Een programma dat alle toetsaanslagen van een gebruiker opslaat en verzamelt. Dit programma kan deze toetsaanslagen vervolgens publiceren, zodat derden toegang tot deze gegevens kunnen krijgen (zoals wachtwoorden, teksten van documenten, e-mailberichten, toetscombinaties enzovoort die de gebruiker heeft ingetypt).
[Naar boven]
L

LAN (Local Area Network): Een netwerk van onderling verbonden computers binnen een betrekkelijk klein geografisch gebied (meestal in dezelfde plaats of hetzelfde gebouw).

Link / hyperlink: Een element dat deel uitmaakt van een internetpagina, e-mailbericht of document (tekst, afbeeldingen, knoppen enzovoort). Wanneer erop wordt geklikt, leidt dit element de gebruiker direct door naar een andere internetpagina of een ander gedeelte van het document.

Linkvirus: Dit is een type virus dat het adres wijzigt waarop een bestand wordt opgeslagen. Dit adres wordt vervangen door het adres van het virus (in plaats van het oorspronkelijke bestand). Wanneer het getroffen bestand wordt gebruikt, wordt daardoor het virus geactiveerd. Nadat de computer is geactiveerd zal het oorspronkelijke bestand onbruikbaar zijn.

Logische bom: Dit is een programma dat onschadelijk lijkt te zijn, maar net als elk ander virus schadelijke acties op een computer kan uitvoeren.

Loop: Een reeks van opdrachten of instructies die herhaaldelijk door een programma wordt uitgevoerd totdat aan een bepaalde voorwaarde is voldaan.
[Naar boven]
M

Macro: Een macro omvat een reeks van instructies die ervoor zorgen dat een programma zoals Word, Excel, PowerPoint of Access bepaalde bewerkingen uitvoert. Omdat het om programma's zijn, kunnen ze worden geïnfecteerd door virussen. Virussen die voor infecties gebruikmaken van macro's worden macrovirussen genoemd.

Macrovirus: Een virus dat van invloed is op macro's in Word-documenten, Excel-spreadsheets, PowerPoint-presentaties enzovoort.

Malware: Deze term wordt gebruikt om te verwijzen naar alle programma's die bepaalde kwaadaardige code bevatten (MALicious softWARE), of het nu gaat om een virusTrojaans paard of worm.

Mapping: Het toewijzen van een letter aan een gedeeld netwerkstation op een computer, net zoals bij een station binnen de computer zelf zou gebeuren.

MAPI: Messaging Application Program Interface. Een systeem dat programma's in staat stelt om e-mailberichten te verzenden en ontvangen via een bepaald berichtensysteem.

Mask: Dit is een 32-bit getal dat een IP-adres in een bepaald netwerk aanduidt. Op deze manier kan het communicatieprotocol TCP/IP weten of een IP-adres van een computer tot een bepaald netwerk of tot een ander netwerk behoort.

Infectiemethode: Een fundamenteel kenmerk van een virus. Dit is de manier waarop een virus een computer infecteert.

|Overdrachtsmethode: Een fundamenteel kenmerk van een virus. Dit is de manier waarop een virus zich van de ene computer naar de andere verspreidt.

Microprocessor / processor: Dit is het ingebouwde elektronische hart van een computer of ICT-systeem, bijvoorbeeld een Pentium (I, II, III, IV,...), 486, 386, etc.

MIME (Multipurpose Internet Mail Extensions): Dit is een reeks van specificaties die het mogelijk maakt om tekst en bestanden met verschillende tekenreeksen uit te wisselen via internet (bijvoorbeeld tussen computers in verschillende talen).

Modem: Een randapparaat (MOdulator DEModulator) dat wordt gebruikt om analoge en digitale signalen te verzenden. Een modem maakt communicatie mogelijk tussen computers of andere ICT-apparatuur. Modems worden meestal gebruikt om computers met internet te verbinden.

Module: In ICT-jargon is dit een verzameling of groep van  macro's in een Word-document, Excel-spreadsheet enzovoort.

MS-DOS (Disk Operating System): Dit besturingssysteem is de voorganger van Windows. De gebruiker moet opdrachten invoeren voor alle bewerkingen die hij of zij wil uitvoeren.

MSDE (Microsoft Desktop Engine): Een server die wordt gebruikt voor de opslag van gegevens en compatibel is met SQL Server 2000.

MTA (Message Transfer Agent): Dit is een georganiseerd mailsysteem dat berichten ontvangt en ze naar ontvangers distribueert. MTA's dragen daarnaast berichten naar andere mailservers over. Exchange, sendmail, qmail en Postfix zijn enkele voorbeelden van MTA's.

Multipartite: Dit is een kenmerk van een bepaald type geavanceerd virus dat computers infecteert door gebruik te maken van een combinatie van technieken die door andere virussen worden gebruikt.

Mutex (Mutual Exclusion Object): Sommige virussen kunnen gebruikmaken van een mutex om controle te krijgen over de toegang tot bronnen (bijvoorbeeld programma's of zelfs andere virussen) en meerdere processen ervan weerhouden om tegelijkertijd toegang te zoeken tot dezelfde bron. Op deze manier maken ze het moeilijk voor antivirusoplossingen om ze te detecteren. Deze virussen kunnen andere kwaadaardige code in zich dragen, net als bij andere typen virussen, zoals polymorfe virussen.
[Naar boven]
N

Netwerk: Een groep van computers of andere ICT-apparaten die met elkaar zijn verbonden via een kabel, telefoonlijn, elektromagnetische golven (satellietgolven, microgolven enzovoort) om met elkaar communiceren en bronnen te delen. Internet is een enorm netwerk dat uit talloze deelnetwerken bestaat en waarmee miljoenen computers verbonden zijn.

Nieuwsgroep: Een internetdienst die meerdere gebruikers in staat stelt om met elkaar te discussiëren of om informatie over bepaalde onderwerpen uit te wisselen.

Nuke (aanval): Een nuke-aanval heeft ten doel om ervoor te zorgen dat een netwerkverbinding uitvalt. Een computer die genuked is kan geblokkeerd raken.

Nuker: Een persoon of programma die/dat een nuke-aanval uitvoert, waardoor een computer blokkeert of een netwerkverbinding uitvalt.
[Naar boven]
O

OLE (Object Linking and Embedding): Een standaard voor het inbedden en bijvoegen van afbeeldingen, videoclips, MIDI-geluid, animaties enzovoort in/bij bestanden (documenten, databases, spreadsheets enzovoort). De standaard maakt het ook mogelijk om ActiveX-controls in te bedden.

Online registratie: Een systeem waarmee een gebruiker van product of dienst zich via internet kan abonneren of registreren (in dit geval voor een programma en bijbehorende diensten).

Besturingssysteem (OS): Een reeks van programma's die het gebruik van een computer mogelijk maken.

Overwrite: Dit is de actie die bepaalde programma's of virussen uitvoeren wanneer ze een bestand overschrijven, waardoor de inhoud van het bestand permanent wordt gewist.
[Naar boven]
P

P2P (Peer to peer): Een programma of netwerkverbinding dat/die wordt gebruikt om diensten aan te bieden via internet (meestal het uitwisselen van bestanden). Virussen en andere bedreigingen kunnen hiervan gebruikmaken om zich te verspreiden. Voorbeelden van dit type programma zijn KaZaA, Emule en eDonkey.

Packaging: Een bewerking waarbij een of meer bestanden in een ander bestand wordt ondergebracht, zodat het resulterende bestand minder ruimte in beslag neemt. Packaging lijkt op bestandscompressie, maar is een term die meestal verwijst naar dergelijke bewerkingen binnen Unix/Linux-omgevingen.

Het verschil tussen packaging en compressie zit hem in de tools die hiervoor worden gebruikt. Zo wordt meestal een tool genaamd tar gebruikt voor packaging , terwijl zip of gzip -WinZip- worden gebruikt voor het comprimeren van bestanden.


Parameter: Een variabel stukje informatie dat aangeeft hoe een programma in een bepaalde situatie zou moeten reageren.

Partitie: Een scheiding binnen de harde schijf van een computer die ervoor zorgt dat het besturingssysteem het als een afzonderlijke schijf behandelt. Elke partitie op een harde schijf kan een verschillende besturingssysteem bevatten.

Partitietabel: Een gedeelde van een schijf dat informatie bevat over de gedeeltes of partities waarin de schijf is opgedeeld.

Wachtwoord: Een reeks van tekens die wordt gebruikt om de toegang tot een bepaald bestand, programma of ander gedeelte te beperken, zodat alleen gebruikers die het wachtwoord kennen toegang kunnen krijgen.

Password stealer: Een programma dat een lijst van vertrouwelijke gegevens opslaat, zoals wachtwoorden (onder andere met behulp van keyloggers). Dit programma kan deze lijst publiceren, zodat derden de gegevens ten nadele van de gebruiker kunnen aanwenden.

Payload: De gevolgen van een virus.

PDA (Personal Digital Assistant): Een draagbare computer in zakformaat (ook wel een palmtop genoemd). Net als andere computers zijn PDA's voorzien van een eigen besturingssysteem, kunnen er programma's op worden geïnstalleerd en kunnen ze informatie uitwisselen met andere computers, onder meer via een internetverbinding. Bekende merken zijn Palm en PocketPC.

PE (Portable Executable): PE verwijst naar het formaat van bepaalde programma's.

Permanente beveiliging: Dit is het proces dat sommige antivirusprogramma's uitvoeren. Hierbij worden alle gebruikte bestanden voortdurend gescand, of deze nu door de gebruiker of het besturingssysteem worden gebruikt. Ook wel sentinel of resident genoemd.

Phishing: Phishing omvat het massaal verzenden van e-mailberichten die van een betrouwbare bron afkomstig lijken te zijn. Deze berichten proberen gebruikers te overhalen om hun vertrouwelijke gegevens prijs te geven. Het meest typische voorbeeld van phishing is het verzenden van e-mailberichten die afkomstig lijken te zijn van een bank die mogelijkheden voor internetbankieren aanbiedt en gebruikers ertoe proberen te bewegen om hun gegevens in te voeren in een nagebootste website.

Platform: Verwijst naar een besturingssysteem, in een specifieke omgeving en onder bepaalde condities (het type geïnstalleerde programma's enzovoort).

Plug-in: Een programma dat nieuwe functionaliteit aan een bestaand systeem toevoegt.

Polymorfisch / polymorfisme: Een techniek die door virussen wordt gebruikt om hun signatuur op steeds meer andere manieren te versleutelen, inclusief de instructies die voor deze encryptie worden gebruikt.

POP (Post Office Protocol): Dit is een protocol voor de ontvangst en verzending van e-mailberichten.

Pop-upmenu: Een lijst van opties die wordt weergegeven wanneer een gebruiker met de secundaire muisknop (meestal de rechtermuisknop) op een bepaald item of een gedeelte van een venster in een programma klikt. Deze opties zijn snelkoppelingen naar bepaalde functies van een programma.

Pop-upvenster: Een venster dat plotseling wordt weergegeven, normaliter wanneer een gebruiker een optie met de muis selecteert of een bepaalde functietoets indrukt.

Poort / communicatiepoort: Een punt waardoor een computer (inkomende / uitgaande) informatie overdraagt via TCP/IP.

Potentially Unwanted Program (PUP): Een programma dat zonder de uitdrukkelijke toestemming van de gebruiker wordt geïnstalleerd en acties uitvoert of de controle van de gebruiker op de privacy, vertrouwelijke gegevens of het gebruik van de computer tot op bepaalde hoogte uit handen neemt.

Prepending: Dit is een techniek die door virussen wordt gebruikt om bestanden te infecteren door hun code aan het begin van het bestand toe te voegen. Hierdoor worden deze virussen geactiveerd wanneer een geïnfecteerd bestand wordt gebruikt.

Voorbeeldvenster: Een functie in e-mailprogramma's die de mogelijkheid biedt om de inhoud van een e-mailbericht weer te geven zonder het bericht te hoeven openen.

Privacybeleid: Dit is een document waarin de procedures, beleidsregels en activiteiten op het gebied van informatiebeveiliging binnen een bedrijf worden uiteengezet. Deze maatregelen hebben ten doel om de integriteit, geheimhouding en beschikbaarheid te garanderen van de gegevens die van klanten en andere betrokkenen worden verzameld in lijn met de wet- en regelgeving, richtlijnen voor ICT-beveiliging en bedrijfsdoelstellingen.

Proactieve beveiliging: De mogelijkheid om een computer te beschermen tegen onbekende malware door middel van gedragsanalyse. Dankzij deze techniek hoeft het bestand met virussignaturen niet steeds opnieuw te worden bijgewerkt.

Process killer: Een programma dat acties of processen op een computer beëindigt. Dit kan schade voor de gebruiker opleveren.

Programma: Elementen die het mogelijk maken om bewerkingen uit te voeren. Een programma is normaliter een bestand met een de extensie .COM of .EXE.

Programmeertaal: Een reeks van instructies, orders, opdrachten en regels die worden gebruikt om programma's te maken. Computers begrijpen elektronische signalen (met een waarde 0 of 1). Programmeertalen stellen programmeurs in staat om aan te geven wat een programma moet doen, zonder lange reeksen van nullen en enen te hoeven noteren. In plaats daarvan wordt gebruikgemaakt van woorden (instructies) die voor mensen inzichtelijker zijn.

Protocol: Een systeem van regels en specificaties die de communicatie (gegevensoverdracht) tussen computers of ICT-apparaten mogelijk maakt en regelt.

Proxy: Een proxyserver fungeert als intermediair tussen een internetnetwerk zoals een intranet en de internetverbinding. Hierdoor kunnen verschillende gebruikers een en dezelfde verbinding delen om een verbinding te maken met een internetserver.
[Naar boven]
Q

Snelstartbalk: Het gedeelte naast de Start-knop of het menu Start van Windows dat snelkoppelingen bevat naar bepaalde items en programma's: e-mail, internet, een antivirusprogramma enzovoort.
[Naar boven]
R

RAM (Random Access Memory): Dit is het primaire geheugen van een computer waarin bestanden of programma's tijdens hun gebruik worden opgeslagen.

Prullenbak: Dit is een gedeelte of map op de harde schijf dat/die bestemd is voor de opslag van verwijderde bestanden (mits ze niet permanent zijn verwijderd).

Redirect: Een internet dat toegang biedt tot een ander internetadres.

Bediening op afstand: Het verkrijgen van toegang tot de computer van een gebruiker (met of zonder toestemming van de laatste) vanaf een computer op een andere locatie. Dit kan gevaren opleveren als dit niet op juiste verloopt of voor legitieme doeleinden plaatsvindt.

Hernoemen: Actie waarbij een bestand, map of ander element van een systeem een nieuwe naam krijgt toegewezen.

Replica: Onder meer de actie waarmee een virus zichzelf verspreidt of kopieën van zichzelf maakt, met het doel om zich verder te verspreiden.

Resident / resident virus: Een programma of bestand wordt resident genoemd wanneer het is opgeslagen in het geheugen van een computer en voortdurend alle computerbewerkingen bewaakt.

Opnieuw starten: Een actie op basis waarvan de computer tijdelijk wordt stopgezet en vervolgens direct opnieuw start.

Ring: Een systeem dat rechtenniveaus beheert in een microprocessor om te regelen welke bewerkingen kunnen worden uitgevoerd en om de microprocessor te beveiligen. Er zijn verschillende niveaus: Ring0 (beheerder), Ring1 en Ring2 (beheerder met minder rechten) en Ring 3 (gebruiker).

ROM (Read Only Memory): Een type geheugen waarnaar onder normale omstandigheden niet kan worden geschreven. De inhoud daarvan is dientengevolge permanent van aard.

Root directory: Dit is de hoofdmap op een schijf of station.

Rootkit: Een programma dat ten doel heeft om objecten zoals processen, bestanden of ingangen in het Windows-register te verbergen (vaak ook zijn eigen ingangen). Dit type software is op zich niet kwaadaardig, maar wordt door hackers gebruikt om hun sporen in getroffen computers uit te wissen. Er zijn vormen van malware die rootkits gebruiken om hun aanwezigheid in het systeem te verbergen.

Routine: Een vaste volgorde van instructies die deel uitmaken van een programma en herhaaldelijk kunnen worden uitgevoerd.
[Naar boven]
S

Scam: Een vorm van fraude of illegale truc waarbij een persoon of groep personen worden aangezet om geld over te maken onder valse voorwendselen, zoals het uitzicht bieden op een som geld of een prijs (reizen, vakanties, prijzen in een loterij enzovoort).

Scannen van poorten en IP-adressen: Het identificeren van de communicatiepoorten en/of IP-adressen van een computer en het opvragen van informatie over hun status. Dit kan in sommige gevallen als een aanval of bedreiging worden beschouwd.

SCR-bestanden: Deze bestanden hebben de extensie SCR. Het kan gaan om Windows-screensavers of bestanden die in een scripttaal zijn geschreven.

Screensaver: Dit is een programma dat afbeeldingen of animaties op het scherm weergeeft. Deze programma's werden oorspronkelijk gemaakt om te voorkomen dat afbeeldingen op het scherm werden 'gebrand' wanneer de computer gedurende een lange tijd ongebruikt bleef.

Script / scriptvirus: De term script verwijst naar bestanden of gedeeltes code die in programmeertalen zoals Visual Basic Script (VBScript) en JavaScript zijn geschreven.

Sector: Dit is een gedeelte van een schijf.

Beveiligingspatch: Een reeks van additionele bestanden die worden toegepast op een programma om bepaalde problemen, kwetsbaarheden of fouten op te lossen .

Beveiligingsrisico: Dit is van toepassing op alles dat negatieve gevolgen kan hebben voor gebruikers van een computer. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een programma voor het maken van virussen of Trojaanse paarden).

Verzonden items: Een map in een e-mailprogramma die kopieën van verzonden berichten bevat.

Server: Een ICT-systeem (computer) dat bepaalde services en bronnen (communicatie, toepassingen, bestanden enzovoort) beschikbaar stelt aan andere computers (clients) die met het systeem zijn verbonden via een netwerk.

Service: Een reeks van functies die door een computer of systeem wordt aangeboden aan andere computers of systemen die daarmee verbonden zijn.

Services-applet: Een applet in Windows XP/2000/NT die systeemservices configureert en bewaakt.

Shareware: Proefversies van een softwareproduct die gebruikers in staat stelt om een product gedurende een bepaalde periode uit te proberen alvorens het aan te schaffen. Shareware-versies worden normaliter gratis aangeboden of tegen een aanzienlijk lagere prijs dan de complete versie.

Signatuur / Identifier: Dit kan worden gezien als het paspoortnummer van een virus. Het gaat om een reeks van tekens (getallen, letters enzovoort) die het virus identificeert.

SMTP (Simple Mail Transfer Protocol): Dit is een internetprotocol dat uitsluitend voor de verzending van e-mailberichten wordt gebruikt.

Software: Bestanden. programma's, toepassingen besturingssystemen die gebruikers in staat stellen om computers of andere ICT-systemen te bedienen. Dit zijn de elementen die ervoor zorgen dat de hardware kan functioneren.

Spam: Ongevraagde e-mailberichten die normaliter advertenties bevatten. Deze berichten worden doorgaans massaal verspreid, veroorzaken veel irritatie, resulteren in tijdverlies en consumeren veel ICT-bronnen.

Spammer: Een programma waarmee ongevraagde e-mailberichten met een commercieel karakter massaal worden verzonden. Dit programma kan ook worden gebruikt voor massale e-mailbedreigingen zoals wormen en Trojaanse paarden.

Spear phishing: Dit type aanval maakt gebruik van phishing-technieken, maar is op een specifiek doelwit gericht. De makers van dit type aanval zullen nooit spam gebruiken om een massieve toestroom van persoonlijke gegevens van gebruikers te verkrijgen. Het feit dat deze aanval op een specifiek doelwit is gericht, geeft aan dat men de aanval zorgvuldig heeft voorbereid om deze geloofwaardiger te maken, en dat men gebruik heeft gemaakt van geavanceerdere social engineering-technieken.

Spyware: Programma's die informatie verzamelen over het internetbezoek, de voorkeuren en interesses van gebruikers. De verzamelde gegevens worden naar de maker van de toepassing of derden verzonden en opgeslagen voor later gebruik. Spyware kan met toestemming en medeweten van de gebruiker worden geïnstalleerd, maar in sommige gevallen is daar geen sprake van. De gebruiker kan al dan niet weet hebben van de gegevens die er worden verzameld en wat daarmee gebeurt.

SQL (Structured Query Language): Een standaard programmeertaal die de mogelijkheid biedt om databases te beheren en communicatie daarmee mogelijk maakt. Deze taal wordt op brede schaal gebruikt op internet (bijv. Microsoft SQL Server, MySQL enzovoort).

Statistieken: Er zijn voor een malware-monster statistieken beschikbaar wanneer zijn infectiepercentage op het niveau ligt van de 50 meest actieve bedreigingen.

Statusbalk: Een gedeelte dat in sommige Windows-programma's onderin het scherm wordt weergegeven en informatie bevat over de programmastatus of de bestanden die op dat moment in gebruik zijn.

Stealth: Een techniek die wordt gebruikt door virussen om computers te infecteren zonder dat dit wordt opgemerkt door gebruikers of antivirustoepassingen.

String: Een reeks van tekens (letters, cijfers, interpunctie enzovoort).

Subtype: Elk van de subgroepen waarin een type is verdeeld. In dit geval gaat het om een groep van virussen of bedreigingen binnen dezelfde categorie of van hetzelfde type die bepaalde kenmerken met elkaar in gemeen hebben.

Symptomen van infectie: Dit zijn de acties of gevolgen van een virus wanneer deze een computer infecteert.

Systeemservices: Toepassingen die meestal onafhankelijk van elkaar worden uitgevoerd wanneer een computer wordt opgestart en onafhankelijk van elkaar worden stopgezet wanneer de computer wordt uitgezet. Systeemservices voeren fundamentele taken uit, zoals het uitvoeren van de SQL-server of de Plug&Play-detector.
[Naar boven]
T

Gerichte aanval: Aanvallen die specifiek zijn gericht op een persoon, bedrijf of groep en meestal onzichtbaar in de achtergrond worden uitgevoerd. Het gaat niet om massale aanvallen, omdat ze niet ten doel hebben om zoveel mogelijk computers te treffen. Wat ze gevaarlijk maakt, is de op maat toegesneden aard van de aanval, die specifiek is ontwikkeld om potentiële slachtoffers in de val te lokken.

Taaklijst: Een lijst van alle programma's en processen die op een bepaald moment actief zijn (normaliter binnen Windows).

Technische naam: De werkelijke naam van een virus, die zijn klasse of familie aangeeft.

Template / global template: Dit is een bestand dat een reeks van aanvankelijke kenmerken definieert die een document dient te hebben voordat het in gebruik wordt genomen.

Bedreigingsniveau: Dit is een berekening van het gevaarniveau dat een virus voor gebruikers oplevert.

Titelbalk: Een balk bovenin een venster. De titelbalk bevat de naam van het desbetreffende bestand of programma.

Track: Een spoor op een harde schijf waarnaar gegevens kunnen worden geschreven.

Trackware: Alle programma's die de acties van gebruikers op internet bewaken (bezochte pagina's, aangeklikte banners enzovoort) en een gebruikersprofiel samenstellen dat door adverteerders kan worden gebruikt voor gerichte promoties.

Trigger: Dit is de conditie die ervoor zorgt dat een virus wordt geactiveerd en zijn activiteiten uitvoert.

Trojaans paard: Strikt genomen is een Trojaans paard geen virus, hoewel veel mensen het als zodanig beschouwen. In werkelijkheid zijn het programma's die computers binnendringen en onschuldige toepassingen lijken te zijn, maar zichzelf installeren en acties uitvoeren die ervoor zorgen dat de persoonlijke gegevens van de gebruiker worden prijsgegeven.

TSR (Terminate and Stay Resident): Een kenmerk dat bepaalde programma's in staat stelt om in het geheugen aanwezig te blijven nadat ze zijn uitgevoerd.

Tunneling: Een techniek die door sommige virussen wordt gebruikt om antivirusprogramma's om de tuin te leiden.
[Naar boven]
U

. Updates: Antivirusprogramma's worden steeds krachtiger en passen zich aan de laatste technieken aan die door virussen en hun makers worden gebruikt. Om niet achter de feiten aan te lopen moeten ze in staat zijn om nieuwe virussen te detecteren die elke dag opnieuw verschijnen. Hiertoe moeten ze beschikken over een virussignatuurbestand.

UPX: Dit is een tool voor bestandscompressie (Ultimate Packer for eXecutables) die het eveneens mogelijk maakt om programma's die ermee zijn gecomprimeerd uit te voeren zonder ze te hoeven decomprimeren.

URL (Uniform Resource Locator): Een adres dat toegang biedt tot een internetpagina (of een andere computer).
[Naar boven]
V

Vaccinatie: Een antivirustechniek dat de mogelijkheid biedt om informatie over bestanden op te slaan en om mogelijke infecties te detecteren wanneer er een wijziging in deze bestanden wordt opgemerkt.

Variant: Een variant is een gewijzigde versie van een oorspronkelijk virus die qua infectiemethoden en gevolgen kan afwijken van de originele versie.

Virus: Virussen zijn programma's die computers of ICT-systemen op verschillende manieren kunnen binnendringen en acties uitvoeren die kunnen variëren van irritatie bij de gebruiker tot onherroepelijke schade.

Virus constructor: Een kwaadaardig programma dat gebruikers zonder programmeerkennis de mogelijkheid biedt om nieuwe virussen te maken. Via een gebruikersinterface kunnen zij kenmerken van de te ontwikkelen malware selecteren: het type, de werking, de bestanden die het doelwit vormen, encryptie, polymorfisme enzovoort.

Virussignatuurbestand: Dit bestand stelt het antivirusprogramma in staat om virussen te detecteren.

Volume: Een partitie van een harde schijf of een verwijzing naar een complete harde schijf. Deze term wordt gebruikt in een groot aantal netwerken die gebruikmaken van gedeelde schijven.

Kwetsbaarheid: Fouten of beveiligingslekken in een programma of ICT-systeem die vaak door virussen wordt gebruikt als ingangspunt voor infecties.
[Naar boven]
W

WAN (Wide Area Network): Een netwerk van onderling verbonden computers die verspreid zijn over een groot geografisch gebied. Voor de verbinding kan gebruik worden gemaakt van een telefoonlijn, radiogolven of satellietgolven.

Windows-bureaublad: Dit is het hoofdgedeelte van Windows dat verschijnt wanneer u de computer opstart. Vanaf hier kunt u toegang krijgen tot alle tools, hulpprogramma's en programma's die op de computer geïnstalleerd zijn via snelkoppelingen, opties in het menu Start van Windows, de Windows-taakbalk enzovoort.

Windows Verkenner: Een programma in Windows waarmee de bestanden op de computer kunnen worden beheerd. Dit programma biedt handige mogelijkheden om een goed overzicht te krijgen van alle mappen.

Windows-register: Dit is een bestand dat alle configuratie- en installatiegegevens opslaat voor geïnstalleerde programma's, met inbegrip van informatie over Windows.

Windows-registersleutel: Dit is een gedeelte van het Windows-register dat informatie over de computerinstellingen bevat.

Windows-systeemvak: Een gedeelte op de Windows-taakbalk (meestal rechts onderin het scherm) dat de systeemklok, pictogrammen voor het wijzigen van de systeeminstellingen, opties voor het raadplegen van de status van de antivirusoplossingen enzovoort bevat.

Windows-taakbalk: Dit is een balk die onderin het scherm van Windows wordt weergegeven. Deze balk bevat de knop Start, de klok, pictogrammen van alle programma's die resident zijn in het geheugen en de snelkoppelingen die directe toegang bieden tot bepaalde programma's.

WINS (Windows Internet Name Service): Een service voor het vaststellen van namen voor computers in een netwerk en die toegang tot deze computers biedt. Een computer bevat een database van IP- adressen (bijv. 125.15.0.32) en de gemeenschappelijke namen die aan elke computer binnen het netwerk zijn toegewezen (bijvoorbeeld SERVER1).

Werkstation: Een van de computers die met een lokaal netwerk is verbonden en gebruikmaakt van de services en bronnen binnen dat netwerk. Een werkstation biedt normaal geen services aan andere computers in het netwerk aan zoals een server dat doet.

Worm: Malware die op een virus lijkt, maar daarvan verschilt doordat deze alleen kopieën van zichzelf maakt (of deel van zichzelf).

Schrijftoegang / -rechten: Deze rechten of permissies stellen een gebruiker of een programma in staat om naar een schijf of ander type opslageenheid te schrijven.

Schrijfbeveiliging: Dit is een techniek die wordt gebruikt om bestanden op een schijf of andere opslageenheid te lezen, maar voorkomt dat andere gebruikers ernaar kunnen schrijven.

WSH (Windows Scripting Host): Een systeem dat de mogelijkheid biedt om bestanden in batches te verwerken en toegang tot Windows-functies biedt op basis van programmeertalen zoals Visual Basic Script en Java Script (scripttalen).
[Naar boven]
X

XOR (OR-Exclusive): Een bewerking die door veel virussen wordt gebruikt om hun inhoud te versleutelen.
[Naar boven]
Z

Zip: Een formaat of gecomprimeerd bestand dat bij de toepassing WinZip hoort.

Zombie: Een computer die wordt bediend door middel van bots.

Zoo (virus): Dit type virus is niet in omloop, maar is alleen te vinden in locaties zoals laboratoria, waar ze worden gebruikt voor onderzoek naar de werking en gevolgen van virussen.